Banken zijn gemiddeld gezien goede, stabiele en goedkope organisaties om geld van te lenen. Mede omdat de tegenprestatie redelijk te overzien is. In tegenstelling tot een subsidie, investeerder of bekende hoeft een bank geen inspraak in je bedrijf en in je uitgaven. De enige tegenprestatie bestaat grotendeels uit het terugbetalen met rente en het bieden van een onderpand. Dat laatste is helaas niet voor alle ondernemers mogelijk om te bieden.
Geld wordt door een persoon geleend aan een startende ondernemer die
hierdoor durfkapitaal verkrijgt. Samen met de persoon wordt er een
contract gemaakt waarin staat dat er geld geleend wordt en voor
welk doel. Tevens worden er afspraken gemaakt over de rente, de tijdsduur
van het contract en de hoeveelheid geld die uitgeleend wordt. Met
dit contract moet de startende ondernemer samen met de geldgever naar
de Belastingdienst voor een officiële goedkeuring. Wordt het contract
goedgekeurd, dan spreken we over durfkapitaal.
De belastingdienst zal het contract alleen goedkeuren als er minimaal
aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Als je denkt aan deze voorwaarden te kunnen voldoen stel je een contract
op met alle eigenschappen van de lening, zoals bovenstaande punten,
en noemt duidelijk dat het gaat om durfkapitaal voor een startende
ondernemer. Je noemt verder de looptijd en de gegevens van de geldlener
en geldgever, zoals de burgerservicenummers (voorheen sofinummer) en
naam en adresgegevens.
Zodra het contract af is en door beide partijen getekend is dient
het binnen 4 weken bij de Belastingdienst bekend te zijn.
Voor jou als ondernemer is misschien het enige voordeel van deze
financiering dat de illusie van fiscale voordelen bij de Belastingdienst
voor 'fools' een reden kan zijn om ze over de streep te trekken.
Een illusie, want écht voordelig is deze lening voor de geldgever
zeker niet. Zoals eerder genoemd hebben we het bij de durfkapitaal regeling over een achtergestelde
lening. De geldgever loopt dan ook behoorlijk wat risico's. Maar
er zijn wel enkele fiscale voordelen.
Zo is het bedrag de eerste acht jaar vrijgesteld voor de vermogensrendementsheffing
in box 3 tot maximaal € 54.223*. Oftewel de Belastingdienst erkent
dat de geldgever het geld echt even kwijt is.
Daarnaast zijn er voordelen voor de geldgever mocht het voor jou
helemaal niet meer mogelijk zijn om terug te betalen en hij besluit
uiteindelijk de schuld kwijt te schelden. Hij kan dan een deel of
zelfs de hele lening kwijtschelden. Het verlies dat de geldgever
daardoor lijdt is voor hem als een persoonsgebonden aftrekpost aftrekbaar
voor de inkomstenbelasting tot maximaal € 46.984*. Dit dient dan
wel binnen acht jaar na het verstrekken van de lening te gebeuren,
en de Belastingdienst dient een beschikking te hebben afgegeven
dat jij het kwijt te schelden bedrag niet meer kunt terugbetalen.
Daarnaast krijgt de geldgever een heffingskorting op de inkomstenbelasting.
Deze heffingskorting is 1,3% van de gemiddelde vrijstelling die
in box 3 voor hem geldt. De gemiddelde vrijstelling is maximaal
€ 54.223*.
* Let op: De genoemde cijfers kunnen veranderen en waren geldig
op 31/12/2008. Zie ook onze voorwaarden.