Een leveraged buy out, afgekort LBO, is een overname waarbij een groot gedeelte
van het vermogen dat nodig is voor de transactie bestaat uit vreemd
vermogen, voor alle (eigendoms)partijen, dus ook voor de investeringsmaatschappij
die mogelijk de oorzaak is van de overname.
Dit vreemd vermogen bestaat bijvoorbeeld uit leningen bij banken
of beleggers. Een bank wil gewoon rente op een lening. Een stijging
van de waarde van het bedrijf verandert niets aan de tegenprestatie
die een bank eist. Hierdoor blijft de volledige bedrijfswaarde stijging
voor de investeringsmaatschappij maar hoeven ze hiervoor minder geld
te investeren.
Een voorbeeld van een leveraged buy out:
Een bedrijf is te koop voor een miljoen. Na een reorganisatie en strategie
wijziging is het bedrijf een jaar later twee miljoen waard. Als een
investeringsmaatschappij het volledige miljoen zelf had gefinancierd
had ze op haar miljoen 100% rendement gehad.
Een mooi rendement, maar als de investeringsmaatschappij in dezelfde
situatie een leveraged buy out gedaan had en de helft bij een bank
geleend had, had de investeringsmaatschappij maar een half miljoen
in hoeven leggen. De lening zouden ze uiteraard terug moeten betalen
aan de bank, maar het rendement wat dat extra halve miljoen oplevert
is nog steeds geheel voor de investeringsmaatschappij zelf. Van
een half miljoen heeft de investeringsmaatschappij anderhalf miljoen
gemaakt. Een rendement van, even los van de rentelasten voor de
lening van de bank, 200%. De overige halve miljoen kunnen ze op
deze manier inzetten bij een andere investering.
In beide situaties is de winst een miljoen, los van de extra rentelasten
in de tweede situatie. Maar in de tweede situatie is er maar een
half miljoen voor nodig om tot dit resultaat te komen. Met minder
geld kan bij een leveraged buy out ongeveer hetzelfde resultaat behaald
worden en is procentueel het rendement zo veel hoger.