Met solvabiliteit kun je uitrekenen of je bedrijf een goede positie
heeft in het eigen vermogen. Je rekent met solvabiliteit uit wat
er over blijft als al het vreemd vermogen zou verdwijnen uit jouw
onderneming.
Solvabiliteit is uit te rekenen door het eigen vermogen te delen
door het vreemd vermogen en dit maal 100% te nemen. Als de uitkomst
uiteindelijk boven de 100% komt, wordt in het algemeen aangenomen
dat de solvabiliteit van de organisatie acceptabel is. Het zou bij
beindiging van de activiteiten alle schulden kunnen betalen. Bij
het eigen vermogen mag de complete activa van het balanstotaal worden
meegenomen. Solvabiliteit kan met creatief boekhouden daarom enorm
worden beinvloed. Door zelf een hoge waarde toe te kennen aan zaken
als een pand, logo 'merkwaarde' en andere goodwill.
Solvabiliteit wordt zelden door bedrijven erg serieus genomen.
Het is een moment opname en lang niet altijd betekent een lagere
solvabiliteit een zwakkere stabiliteit. Een groot beursgenoteerd
concern heeft gemiddeld een lagere solvabiliteit dan een ZZP-er
maar toch is het eigen vermogen meestal vele malen hoger.
Solvabiliteit bij het MKB
Ook kleinere bedrijven hebben sterk schommelende solvabiliteit.
Ondernemingen welke sterk groeien trekken regelmatig extra extern
kapitaal aan waardoor tijdelijk de solvabiliteit enorm onder druk
komt te staan. Uiteindelijk heeft dit tot doel dat de waarde van
de onderneming stijgt. Met een hoger gewaardeerde onderneming wordt
het netto resultaat, na verkoop van alle activa, hoger. Uiteindelijk
trekt de solvabiliteit dan ook weer bij. Maar hoe vaak verkoop je
nu alle activa?
Solvabiliteit wordt, naast het onderwijs waarin ze gek zijn op
dit soort cijfers, vooral door investeerders gebruikt. Het wordt
gezien als een onderpand. Als de ondernemer zelf 80% van zijn schulden
kan opvangen is het risico voor een investeerder relatief laag.
Vandaar dat banken en investeerders de solvabiliteit nog wel eens
willen weten.
De Triple A-status van de Rabobank
In het bankwezen zijn ze gek op solvabiliteit. Hét bedrijf
dat vaak zijn solvabiliteit als marketingaspect gebruikt, is de Rabobank.
Deze heeft internationaal een "Triple A-status" als bank,
waarmee ze vaak positief in het nieuws komen. De meeste banken hebben,
gemiddeld gezien, een enorm slechte solvabiliteit en liquiditeit.
Als een klein percentage bij een bank opstapt kan het hele concern
als een kaartenhuis in elkaar storten. Dit is eerder gebeurd met ABN
Amro, Fortis en ook de DSB Bank. Alle drie de concerns hadden mogelijk
met iets meer eigen vermogen niet om hoeven vallen. De Rabobank heeft
met haar Triple A status, in vergelijking tot andere banken, relatief
veel eigen kapitaal. Met dit eigen kapitaal zou de Rabobank het in
de situatie van de Fortis, ABN Amro of DSB Bank het mogelijk wel hebben
gered.
Internationaal heeft de Rabobank dan ook een goede reputatie door
een hoger eigen vermogen in vergelijking tot het externe vermogen
in de organisatie. Oftewel een goede solvabiliteit.
Echte zekerheid geeft deze solvabiliteit, ook in het geval van
de Rabobank, niet. Enkel mogelijk meer vertrouwen van de klant.
Ook de Rabobank zou failliet gaan als een bepaald percentage klanten
zijn tegoeden in een zeer korte termijn zou opnemen.