Solvabiliteit

Met solvabiliteit kun je berekenen of je bedrijf een goede positie heeft in het eigen vermogen. Je rekent met solvabiliteit uit wat er over blijft als al het vreemd vermogen zou verdwijnen uit jouw onderneming. Houd je dan nog geld over?

Solvabiliteit

Solvabiliteit berekenen

Solvabiliteit is te berekenen door het eigen vermogen te delen door het vreemd vermogen en dit maal 100% te nemen. Als de uitkomst uiteindelijk boven de 100% komt, wordt in het algemeen aangenomen dat de solvabiliteit van de organisatie acceptabel is. Het zou bij beëindiging van de activiteiten alle schulden kunnen betalen. Bij het eigen vermogen mag de complete activa van het balanstotaal in de berekening worden meegenomen. De solvabiliteit berekening kan met creatief boekhouden daarom enorm worden beïnvloed. Door zelf een hoge waarde toe te kennen aan zaken als een pand, logo ‘merkwaarde’ en andere goodwill stijgt de solvabiliteit.

Solvabiliteit wordt door bedrijven zelden serieus genomen. Het is een momentopname en lang niet altijd betekent een lagere solvabiliteit een zwakkere stabiliteit. Een groot beursgenoteerd concern heeft gemiddeld een lagere solvabiliteit dan een ZZP-er maar toch is het eigen vermogen meestal vele malen hoger, de kans op succes groter en de continuïteit beter gewaarborgd. In de praktijk kijken bedrijven meestal naar de liquiditeit waarmee je berekent of bedrijven juist op korte termijn aan hun schulden kunnen voldoen.

Solvabiliteit bij het MKB

Kleine bedrijven lenen minder snel bij de bank en hebben daardoor sneller een positief eigen vermogen. Maar ook kleinere bedrijven schommelen soms sterk in solvabiliteit. Dat kan komen zonder dat je het beseft. Zo ontstaat er elk kwartaal al snel een belastingschuld door de omzetaangifte. In de retail wordt vaak met leverancierskrediet gewerkt waardoor er tijdelijk soms een grote post aan vreemd vermogen op de balans ontstaat. In piekmomenten kunnen deze kredieten ervoor zorgen dat het bedrijf op papier minder kredietwaardig wordt, en dus minder makkelijk ander vreemd vermogen kan aantrekken.

Solvabiliteit is met name belangrijk voor het uitrekenen van kredietrisico’s. Ondernemingen die sterk groeien trekken regelmatig extra extern kapitaal aan waardoor tijdelijk de solvabiliteit enorm onder druk komt te staan. Uiteindelijk heeft dit tot doel dat de waarde van de onderneming stijgt maar in de tussentijd is de kans groter dat een bedrijf – al dan niet tijdelijk – zijn schulden niet kan betalen. Met een hoger gewaardeerde onderneming wordt het netto resultaat, na verkoop van alle activa, hoger. Maar hoe vaak verkoop je nu alle activa? Meestal gebeurt dit pas bij de ontmanteling, en dus een bedrijfsovername of faillissement.

Solvabiliteit wordt, naast het onderwijs waarin ze gek zijn op dit soort cijfers, vooral door investeerders berekend. Het wordt gezien als een onderpand. Als de ondernemer zelf 80% van zijn schulden kan opvangen is het risico voor een investeerder relatief laag. Vandaar dat banken en investeerders de solvabiliteit nog wel eens willen weten.

De Triple A-status van de Rabobank

In het bankwezen zijn ze gek op solvabiliteit. Hét bedrijf dat vaak zijn solvabiliteit als marketingaspect heeft gebruikt, is de Rabobank. Deze had jarenlang een “Triple A-status” als bank, waarmee ze vaak positief in het nieuws kwamen. Deze status zijn ze al enige jaren kwijt maar nog altijd wordt de Rabobank geroemd om haar reserves.

De meeste banken hebben, gemiddeld gezien, een enorm slechte solvabiliteit en liquiditeit. Als een klein percentage bij een bank opstapt kan het hele concern als een kaartenhuis in elkaar storten. Dit is eerder gebeurd met ABN Amro, Fortis en ook de DSB Bank. Alle drie de concerns hadden mogelijk met iets meer eigen vermogen niet om hoeven vallen. De Rabobank heeft, in vergelijking tot andere banken, relatief veel eigen kapitaal. Met dit eigen kapitaal zou de Rabobank het in de situatie van de Fortis, ABN Amro of DSB Bank het mogelijk wel hebben gered.

Internationaal heeft de Rabobank dan ook een goede reputatie door een hoger eigen vermogen in vergelijking tot het externe vermogen in de organisatie. Oftewel een goede solvabiliteit. Echte zekerheid geeft deze solvabiliteit, ook in het geval van de Rabobank, niet. Enkel mogelijk meer vertrouwen van de klant. Ook de Rabobank zou failliet gaan als een bepaald percentage klanten zijn tegoeden in een zeer korte termijn zou opnemen.